X
Vragen?
Heb jij een vraag over hygiënisch werken of het opstarten van een ABR-traject? Stel je vraag direct aan een adviseur.
Stel je vraag
abr

Hygiënisch werken in het verpleeghuis: 4 dilemma’s

Hygiëne is een belangrijk onderdeel van je dagelijkse werk, maar soms sta je voor een dilemma. Hygiënisch werken of snel actie ondernemen bijvoorbeeld. Of door de hoge werkdruk en een tekort aan collega’s. Wat is dan het handigst om te doen. V&VN verzamelde vier dilemma’s en geeft advies. Samen met deskundige infectiepreventie Charlotte Michels. Zij is ook de nieuwe expert Hygiëne voor Zorg voor Beter.

1. Je bent iemand aan het wassen die je net hebt bevrijd van zijn incontinentiemateriaal. Maar dan word je gebeld voor een noodsituatie op kamer 3.14. Je moet snel reageren, want er staat niemand anders op de groep. Hoe ga je te werk?

Je eerste prioriteit is de veiligheid van de cliënt die je aan het wassen bent. De deken gaat dus terug en het bedhek moet weer omhoog. Doe je handschoenen uit voordat je dit doet, zeker als de dekens en het bedhek schoon zijn. Voor het desinfecteren van je handen heb je geen tijd: nood breekt wet. Zorg dat je op een kalme manier met de cliënt praat, zodat je hem of haar zo rustig mogelijk achter kunt laten. Daarna kun je naar de noodsituatie in kamer 3.14.

Probeer wanneer de situatie weer onder controle is, stil te staan bij de infectierisico’s die door je snelle handelen zijn ontstaan. Je hebt je handschoenen op tijd uitgedaan, maar je handen daarna niet gedesinfecteerd. De dekens en het bedhek zijn mogelijk besmet geraakt. Net als alles wat je hebt aangeraakt op kamer 3.14. Het risico van de deken en het bedhek is niet zo heel hoog: de cliënt raakt dit zelf ook aan. Maar wel is het mogelijk dat je bacteriën en virussen hebt overgebracht naar kamer 3.14. En dat is lastiger. Bedenk goed of je hier nog actie op moet ondernemen.

Wat doe je bijvoorbeeld als de cliënt waarbij je aan het werk was diarree had? Of een mogelijke noro-infectie? Maak dan in ieder geval alles goed schoon wat je hebt aangeraakt. En was alsnog je handen. Een noodsituatie zorgt vaak voor andere risico’s. Door achteraf goed te evalueren kun je het veroorzaakte risico nog behoorlijk beperken.

2. Je werkt met verschillende cliënten en je wilt voorkomen dat zij elkaar besmetten tijdens activiteiten en maaltijden. Hoe doe je dat het beste?

Laat bewoners op gezette momenten hun handen wassen, bijvoorbeeld na de toiletgang of voor het eten. Op die manier neem je al een groot deel van het besmettingsrisico weg bij direct contact tussen cliënten. Dit geldt overigens ook voor indirect contact, bijvoorbeeld het overgooien van een bal. Het is dus van belang dat je als zorgprofessional aandacht besteedt aan de handhygiëne van bewoners. In sommige instellingen komt eerst een fles handalcohol op tafel voordat het eten wordt opgediend.

3.Je werkt met bewoners die graag zoveel mogelijk zelfstandigheid willen blijven. Hoe ga je te werk?

Wanneer je iets vraagt van een cliënt, moet dit uiteraard ook mogelijk zijn. En een bewoner moet begrijpen waarom je iets vraagt. Een eenvoudige uitleg over wat er kan gebeuren als de cliënt zijn handen niet wast na toiletgang helpt. Zeker als de gevolgen, zoals bij een Noro-uitbraak, direct zichtbaar zijn.

Daarnaast moeten er voldoende zeeppompjes en handdoekjes zijn voor de cliënten. En ze moeten er ook bij kunnen. Vanuit een rolstoel is dat niet altijd even gemakkelijk. Ook afvalemmers zijn voor mensen in een rolstoel niet altijd gemakkelijk te openen. Als laatste is het voorbeeldgedrag van de zorgmedewerker natuurlijk van grote invloed. Zien eten doet eten, en zien wassen doet wassen!

4. Je bent aan het koken en je roert in een soep. Tegelijkertijd word je bij het toilet verwacht om een ‘probleempje’ op te lossen. Daarna moet je vlug weer terug, want de soep kookt bijna over. Hoe ga je te werk als je alleen staat op een groep kleinschalig wonen?

Het fenomeen: ‘van de soep naar de poep’ vraagt om de nodige alertheid. Bij zoveel schakelen, ben je niet alleen bezig met de zorginvulling, maar ook met infectiepreventiemaatregelen. Met deze tips ga je op een eenvoudige manier het beste te werk.

  1. Probeer ‘vuile’ en ‘schone’ handelingen te clusteren.
  2. Kamer In, Kamer Uit, Voor Schoon, Na Vies. Een makkelijkere manier om te onthouden wanneer je handhygiëne moet toepassen.
  3. Maak simpele afspraken met elkaar. Dit maakt het voor iedereen makkelijker.

Een voorbeeld van zo’n afspraak

Spreek met elkaar af dat je bij alle ‘vuile’ werkzaamheden een schort draagt en dat je bij de overgang van ‘vuile’ naar ‘schone’ werkzaamheden de schort en eventueel je handschoenen uit doet. Op die manier blijft je kleding schoon en vorm je geen risico op besmetting. Een ander bijkomend voordeel van deze afspraak is dat collega’s direct zien of ze je aan kunnen spreken om bijvoorbeeld even in de keuken te helpen. Als jij je schort aan hebt is het beter om iemand anders hiervoor te benaderen.

Lees verder