Het PPO: ‘We zien het

als een maatschappelijke

opgave om mee te doen’

In het Punt Prevalentie Onderzoek (PPO) onderzoekt het RIVM bij 12.000 bewoners van 300 verpleeghuizen – verspreid over Nederland – of zij drager zijn van resistente bacteriën. In de zomermaanden juli en augustus zijn de regionale zorgnetwerken hard doorgegaan met het uitnodigen van verpleeghuizen voor deelname aan het PPO. Dit heeft ertoe geleid dat inmiddels bijna de helft (144 huizen) hun deelname aan het PPO heeft toegezegd!

Hoe verloopt het PPO in de praktijk?
Om een idee te krijgen hoe het PPO in de praktijk verloopt, sprak het RIVM met twee zorgprofessionals: specialist ouderengeneeskunde Peter Blase van Zorggroep Elde In Noord-Brabant en verpleegkundig specialist Petra Tasseron van seniorencomplex Warande in Utrecht. Beiden zijn tevreden over de werkwijze en de uitvoering. Blaseː ‘Dit smaakt naar meer.’

Een uitgebreide stand van zaken van het PPO? Kom dan maandag 19 november 2018 kosteloos naar het congres ‘Aanpak antibioticaresistentie in de ouderenzorg’. Bekijk het programma en schrijf je vandaag nog in!

Zowel Blase als Tasseron wilde graag meedoen. Ze zien het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid om kennis te vergaren over infectieziekten, antibioticaresistentie in het bijzonder, en de bestrijding ervan. Ook geven de resultaten van het PPO inzicht in de situatie van de onderzochte locatie. Bovendien waarderen ze het dat ze de uitslag te horen krijgen en – indien nodig – advies krijgen over maatregelen. Dat is onderdeel van de werkwijze.

Persoonlijk benaderd
Bij beide organisaties is eerst via een brief gepolst of een bewoner aan het onderzoek wilde meedoen. Bij mensen met dementie werd de familie erbij betrokken. De anderen werden vervolgens persoonlijk benaderd door een verpleegkundige. Blase: ‘Hij heeft goed contact met ze en kon dan meteen eventuele vragen beantwoorden. Dat vergrootte het draagvlak om mee te doen.’ Blase vertelt dat 55 van de 88 bewoners hebben meegedaan, aanzienlijk meer mensen dan de onderzoekers beoogden.

Tasseron heeft bij de werving veel gehad aan de onderzoeker van het RIVMː ‘Zij heeft veel tijd besteed aan het nabellen van familieleden. Wij hebben daar zelf geen tijd voor.’ Zo kregen ze bijna alle beoogde 40 deelnemers bereid om mee te doen.

Goed georganiseerd
De dag waarop de monsters (rond de anus) werden afgenomen, verliep soepel. Blaseː ‘In een ochtend was het gebeurd. We deden het als onderdeel van het dagelijkse verzorgingsmoment om de bewoner zo min mogelijk te belasten. Drie mensen met dementie weigerden. Ze begrepen niet wat de bedoeling was. We hebben het daar bij gelaten, want we hadden voldoende deelnemers en het onderzoek is best belastend.’ Bij Tasseron deden vijf bewoners aan wie ze niet toe waren gekomen, de volgende dag alsnog mee.

Alle materialen waren netjes en op tijd afgeleverd. Bij Blase was het personeel goed voorbereid. ‘Ze zijn geschoold om rectaalswabs af te nemen, dat scheelt. Bij ons deden twee afdelingen mee, en bij elke afdeling had één verpleegkundige de regie,’ vertelt hij. Tasseron heeft op de dag zelf gecheckt of al het aanwezige personeel voldoende op de hoogte was. Dat bleek niet bij iedereen zo te zijn. Ze heeft daarom de tip dat de teamleiders hun afdeling goed informeren.

De uitslag
Bij de organisatie van Tasseron viel de uitslag meeː twee mensen waren drager. Voor hen zijn meteen maatregelen getroffen, wat van tevoren was afgesproken. Ook is het besproken met de microbioloog van het Diakonessen-ziekenhuis, met wie de deskundige infectiepreventie van haar organisatie al regelmatig contact heeft.

Bij Blase kwam op een van de vijf onderzochte afdelingen relatief meer ESBL voor; bij zeven van de 21 bewoners. ‘Dat was toch even schrikken,’ aldus Blase. Hij is meteen om de tafel gaan zitten met de directeur, de teamcoach, de GGD en de behandelend arts. Het was op de afdeling voor mensen met lichamelijke beperkingen. ‘Zij hebben vaak een lange medische geschiedenis met ziekenhuisopnames en hebben in verhouding veel antibiotica gekregen. Sommige patiënten krijgen ook preventief antibiotica,’ licht de specialist ouderengeneeskunde toe. ‘We hebben met de microbioloog en behandelend artsen uit het ziekenhuis besproken of preventieve antibiotica echt nodig is en waar mogelijk het voorschrift aangepast. Uiteraard kunnen we pas over een tijdje zien of dat effect heeft. We hebben het PPO nu op één locatie gedaan. Maar het smaakt naar meer om een overall beeld te krijgen.’

De bewoners die drager blijken te zijn, zijn persoonlijk ingelicht door de verpleegkundige. Een belangrijke les was volgens Blase dat de uitslag ook zijn weerslag had op mensen die geen resistente bacterie bij zich dragen. ‘We zagen dat ze angstig werden voor contact met mensen die wel een bacterie bij zich dragen. Het is daarom van belang oog te hebben voor de gevolgen voor alle bewoners als er in de groep bij individuen resistente bacteriën worden aangetroffen. Je kunt het nu eenmaal niet stilhouden.’

Bron: RIVM – Nieuwsbrief PPO