Infectiecommissie: de basis voor een goed hygiënebeleid

Infectiepreventie is voor verpleeghuisorganisaties een belangrijk onderwerp. Zeker sinds de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gestart is met een thematisch toezicht gaan nog meer organisaties aan de slag met het onderwerp. En dat is belangrijk, zeker met het oog op de strijd tegen antibioticaresistentie. Volgens deskundige infectiepreventie Jolande Nelson begint een goed hygiënebeleid met een infectiecommissie. ‘Je moet zorgen dat het onderwerp ergens belegd is.’

 

Verpleeghuizen die geen infectiecommissie hebben presteren slechter dan verpleeghuizen die wel een infectiecommissie hebben, aldus Nelson. ‘De meeste organisaties hebben inmiddels wel zo’n commissie. Door het toezicht van de Inspectie is daar een stijging in waar te nemen. Ook omdat ze specifiek toetsen op de aanwezigheid van een infectiecommissie.’

Ingrediënten van een infectiecommissie

Een infectiecommissie – ook wel infectiepreventiecommissie of hygiënecommissie genoemd – is een multidisciplinair team dat de Raad van Bestuur van een organisatie adviseert over het infectiepreventiebeleid. Jolande Nelson: ‘Een goed functionerende commissie komt minstens 4 tot 6 keer per jaar bij elkaar. En bij calamiteiten natuurlijk vaker.’ In een ideale situatie bestaat een infectiecommissie uit de volgende leden:

  • specialist ouderengeneeskunde
  • lijnmanagers (onder andere verpleegkundige zorg, medische zorg, medisch ondersteunende zorg en facilitair)
  • afgevaardigde bureau kwaliteit/beleid
  • zorgmedewerkers
  • deskundige infectiepreventie
  • arts microbioloog (op afroep)

De specialist ouderengeneeskunde is vaak de voorzitter. ‘Een logische keuze gezien hun signalerende rol op het gebied van infectie, maar ook omdat zij medisch beleid bepalen en de taak hebben om zorgverleners te stimuleren en motiveren op het vlak van infectiepreventie,’ aldus Nelson.

Een goed functionerende commissie komt minstens 4 tot 6 keer per jaar bij elkaar. En bij calamiteiten natuurlijk vaker.

Doordat de commissie wordt geïnstalleerd door de Raad van Bestuur is er volgens Jolande Nelson ook direct eigenaarschap op het onderwerp. ‘Het onderwerp wordt gedragen.’ Ze benadrukt ook het belang van een deskundige infectiepreventie. ‘Binnen verpleeghuizen is er meestal geen deskundige infectiepreventie in dienst, dus moet er contact gelegd worden met iemand van het ziekenhuis, GGD of een zzp’er.’

Welke taken heeft een infectiecommissie?

De commissie is verantwoordelijk voor een visie op het infectiepreventiebeleid. Het is belangrijk dat ze een meerjarenplan opstellen. Maar daarnaast ook een jaarplan. Verschillende onderwerpen spelen daarbij een rol:

  1. Protocollen
    De infectiecommissie vertaalt landelijke standaarden en richtlijnen naar de eigen instelling en kwaliteitssysteem. Dit doen ze in de vorm van protocollen en een protocollenboek.
  2. Auditering
    De infectiecommissie brengt in kaart of protocollen in de praktijk worden nageleefd. Zijn de randvoorwaarden op de werkvloer op orde? Hebben we de middelen om voldoende hygiënisch te werken? En natuurlijk ook: werkt iedereen volgens de protocollen? Hiervoor kun je meekijken, maar het verbruik van zeep en handalcohol is ook een goede indicator voor handhygiëne. Gaat er veel doorheen?
  3. Implementatie en scholing
    Om de protocollen in de praktijk te laten landen zijn implementatie en scholing nodig. Aandachtsvelders of contactpersonen infectiepreventie kunnen hierbij helpen. Zij vormen de schakel tussen de infectiecommissie en de werkvloer. Scholing kan op verschillende manieren. In bijeenkomsten, maar ook door middel van e-learnings. Een blended aanpak heeft de voorkeur.
  4. Surveillance
    De specialist ouderengeneeskunde is verantwoordelijk voor het monitoren – en daarmee ook voorkomen – van zorginfecties. Je kunt een eigen surveillance opzetten, maar er zijn ook landelijke programma’s zoals SNIV van het RIVM. Meedoen aan zo’n surveillanceprogramma kost veel tijd, maar geeft ook inzicht. Nelson: ‘Je kunt je spiegelen aan andere verpleeghuizen. Hoe goed doe je als organisatie? Dat vinden de mensen op de werkvloer vaak ook interessant.’Surveillance is volgens Nelson binnen de verpleeghuissector nog een beetje ‘een ondergeschoven kindje’. Zeker als het gaat om het in kaart brengen van BRMO. ‘Organisaties gaan er bijna nooit actief naar op zoek. Vaak komt het bij toeval uit bij een kweek. De bekostiging van de zorg speelt daarbij ook een rol. Die is natuurlijk heel anders dan in het ziekenhuis.’
  5. Uitbraakmanagement
    De infectiecommissie is ook verantwoordelijk voor draaiboeken bij uitbraken. ‘De meeste mensen denken bij een uitbraak direct aan het norovirus,’ vertelt Nelson. ‘En dat is ook niet zo gek, want dat virus verstoort de normale gang van zaken op een afdeling.’Uitbraakmanagement draait er vooral om dat alles zo snel mogelijk weer ‘normaal’ wordt. Dit geldt voor een norovirus, maar natuurlijk ook voor andere uitbraken. Uitbraken evalueren is echter ook van belang. Draaiboeken na afloop eventueel aanpassen. ‘En dat wordt vaak vergeten,’ aldus Nelson.
  6. Antibioticagebruik
    Een of twee keer per jaar komen de specialist ouderengeneeskude, apotheker en arts microbioloog bij elkaar tijdens het farmatherapeutisch overleg (FTO). Ze bespreken hier of de juiste middelen in de juiste dosering op het juiste moment worden voorgeschreven. De infectiecommissie bewaakt of dit overleg plaatst vindt en wat de uitkomsten zijn van dit overleg.
  7. Evaluatie van beleid
    De infectiecommissie is niet alleen verantwoordelijk voor een visie op het infectiepreventiebeleid en een meerjaren- en jaarplan, maar ze moeten deze plannen ook evalueren. Het is van belang dat ze aan de Raad van Bestuur laten zien wat er binnen de organisatie gebeurt. De Inspectie spreekt namelijk het bestuur aan.

En wat is de ultieme tip?

Nelson geeft aan dat het van belang is dat je een lange adem hebt. ‘Wanneer je als infectiecommissie start, kun je in eerste instantie vaak heel grote stappen zetten bij het op orde maken van de randvoorwaarden voor hygiënisch werken. Maar daarna is het aan de teams. Vaak moet er een cultuuromslag plaats vinden.’

De rol van aandachtsvelders en contactpersonen infectiepreventie is daarbij van groot belang. ‘Zij zijn de motivator op de afdeling en kunnen zorgen voor bewustwording en gedragsverandering bij hun collega’s. Maar daar hebben ze wel ondersteuning bij nodig, bijvoorbeeld van de specialist ouderengeneeskunde. En waardering vanuit het management. De tools vanuit het ABR-programma kunnen helpen. En laat aandachtsvelders en contactpersonen ook regelmatig bij elkaar komen. Zodat ze elkaar helpen en blijvend aan de slag gaan.’

Zorg voor blijvende aandacht

Infectiepreventie moet blijvend op de agenda. Dat is volgens Nelson de grootste valkuil. ‘Wanneer je infectiepreventie geen prioriteit geeft, zakt het als een plumpudding weer in elkaar. Een infectiecommissie moet het hele jaar door met het onderwerp bezig zijn en niet bij (de dreiging van) een uitbraak. En zorg teams kunnen steeds met een ander onderwerp aan de slag. Blijf vragen stellen. Wat vinden we nu belangrijk? Waar zijn we trots op? Wat kan beter?’

Wanneer je infectiepreventie geen prioriteit geeft, zakt het als een plumpudding weer in elkaar.

Overigens ziet Jolande Nelson ook dat het met de persoonlijke hygiëne steeds beter gaat. ‘Wanneer organisaties en zorgmedewerkers eenmaal gewend zijn dat ze bijvoorbeeld geen ringen en horloges mogen dragen, dan verslapt die aandacht bijna niet meer. Dat wordt een ingesleten gewoonte.’